πŸ•―οΈβœ¨ Kaarsenverzorging βœ¨πŸ•―οΈ

1. Lont bijtrimmen βœ‚οΈ
Trim de lont tot ongeveer 6 mm vΓ³Γ³r elke brandbeurt voor een rustige, gelijkmatige vlam en minimale roetvorming.
2. Recht plaatsen πŸ•―οΈ
Plaats de kaars stevig en rechtop in een geschikte, stabiele kandelaar voordat je deze aansteekt.
3. Brandtijd ⏱️
Laat de kaars bij voorkeur niet langer dan 3–4 uur achter elkaar branden. Doof de kaars en laat deze afkoelen voordat je hem opnieuw aansteekt.
4. Veilig gebruik ⚠️
Laat een brandende kaars nooit onbeheerd achter. Houd voldoende afstand tot brandbare materialen zoals gordijnen, papier, meubels en decoraties.
5. Vermijd tocht πŸ’¨
Plaats de kaars niet in de buurt van open ramen, ventilatoren of andere luchtstromen. Dit voorkomt onrustig branden, roetvorming en druipend kaarsvet.
6. Buiten bereik houden πŸ‘ΆπŸΎ
Houd brandende en onbrandende kaarsen buiten bereik van kinderen en huisdieren.
7. Voldoende afstand bewaren ↔️
Plaats meerdere brandende kaarsen minimaal 10 cm uit elkaar om oververhitting en onregelmatig branden te voorkomen.
8. Tijdig doven πŸ›‘
Doof de kaars wanneer er nog ongeveer 2 cm kaars over is of voordat de vlam de kandelaar kan verhitten.
9. Geschikte ondergrond πŸ”₯
Plaats de kandelaar altijd op een stabiele, vlakke en hittebestendige ondergrond.